Tarieven

De tarieven staan in de meeste landen onder druk, al zijn er nog landen waar het relatief goed gaat. In Frankrijk en Noorwegen bijvoorbeeld kunnen ondertitelaars bij de publieke omroepen nog een goede boterham verdienen, met tarieven die soms wel drie keer zo hoog liggen als in Nederland. In Noorwegen overweegt de publieke omroep echter om de ondertitelafdeling af te stoten, wat bijna onvermijdelijk zal leiden tot een sterke daling van inkomen.

In beide landen zijn ook de auteursrechten goed geregeld, zodat de ondertitelaars hun inkomen substantieel kunnen aanvullen. Er zijn echter steeds meer bedrijven actief die ondertitelaars onder druk zetten om voor veel lagere tarieven te werken, dus is het de vraag hoe lang de hogere tarieven kunnen worden gehandhaafd.

In Oost-Europa is de situatie zeer slecht te noemen. In Kroatië, Slovenië en Slowakije worden voor ondertiteling standaard tarieven geboden van € 1,50 of minder per programmaminuut. Ook op het gebied van auteursrechten valt daar veel te verbeteren. Bij de meeste andere landen lijkt de situatie vergelijkbaar. In Slowakije heeft de publieke omroep standaard het recht op alle vertalingen. De beroepsorganisaties zijn in deze landen nog klein en soms wordt het lidmaatschap hiervan actief ontmoedigd door ondertitelbedrijven.

Bij de meeste andere landen lijkt de situatie vergelijkbaar met Nederland en wordt het voor steeds meer ondertitelaars steeds moeilijker om nog een fatsoenlijk inkomen te verdienen met audiovisueel vertaalwerk. In Italië werd door de voice-oververtalers nog wel een kleine overwinning behaald. In samenwerking met producenten hebben ze een nationale overeenkomst opgesteld, waarbij de vertalers wel iets op hun tarief moesten inleveren, maar dit wisten te beperken tot 4%.