Inkomen en uitgaan

Als ondertitelaars die woorden gebruiken, hebben ze het meestal niet over geld of vertier en spreken ze ook niet in Bijbelse termen over seks, al zouden ze daar zomaar toe in staat zijn. Nee, dit gaat om wanneer een titel in beeld verschijnt en weer uit beeld gaat.

De Nederlandse stijl is om een titel een ‘intijd’ te geven die een paar frames – 25 per seconde weet u nog wel – voor het moment ligt dat iemand begint te spreken en een ‘uittijd’ even nadat iemand is uitgesproken. De uittijd is wat flexibeler omdat vaak ook wordt gekozen om titels direct op elkaar te laten aansluiten wat een rustiger en daarmee minder storend beeld geeft. In- en uittijd bepalen hoelang een titel ‘in staat’, de duur. En dat bepaalt weer hoe lang een titel mag zijn in woorden en spaties, maar daarover een volgende keer.

Vandaag de dag krijgt een ondertitelaar meestal een digitale videoclip aangeleverd waarop in beeld een zogenaamde tijdcode is te zien die in uren, minuten, seconden en frames het verloop van de clip aangeeft. Met de zeer gespecialiseerde software van tegenwoordig maakt de ondertitelaar dan een digitaal tijdcodebestand dat daarmee synchroon loopt en dat stelt hem in staat om de in- en uittijden te ‘vangen’. Soms staat er geen tijdcode in beeld. Dan begint alles gewoon bij nul of er komen aparte instructies om een bepaald starttijd aan te houden. De software biedt ook de mogelijkheid om de clip te bekijken met ondertitels zodat er gecheckt kan worden of alle ‘in- en outcues’ kloppen. Het is vaak Engelstalige software en ook ondertitelaars bezondigen zich wel eens een enkele keer aan de wijdverspreide gewoonte om niet te vertalen en Engelse termen over te nemen.

Bron: Hans Kloos