Nieuws

(Je)Zelf uitgeven: een kwestie van ambitie

10 maart 2020

Door Katja Keuchenius
Zelf uitgeven, is dat een goed idee? Auteurs van alle secties van de Auteursbond kwamen op 28 februari naar Boom Chicago om te horen of dat iets voor hen was.

Dat ligt helemaal aan je ambitie, zegt de eerste spreker Frank Krake meteen. Zijn eigen ambitie ligt in elk geval hoog: hij wil heel Nederland bereiken. Dat deed hij al met zijn boeken Menthol (20.000 verkochte exemplaren) en De laatste getuige (52.000 exemplaren). Ze stonden wekenlang in de bestsellerlijst, deels omdat Krake nog voordat hij begint met schrijven al over de marketing nadenkt. Neem zijn net verschenen boek Hannelore, over een vrouw die 20 jaar in een sekte heeft gezeten. Helemaal aan het begin het schrijfproces besprak Krake al heel serieus met zijn hoofdpersoon of ze wel bekend wilde worden. Nu zit ze inderdaad bij Eva Jinek aan tafel.

Ook het extra hoofdstuk dat Krake onlangs toevoegde aan De laatste getuige schreef hij pas nádat hij de bijeenkomst met minister Bijleveld in Nieuwspoort had uitgedacht. De minister overhandigde daar de tweede druk aan de zonen van twee hoofdpersonen. Aan al die aandacht hangt wel een prijskaartje, waarschuwt Krake. Namelijk: nul vrije dagen. “Als zelfuitgever sta je tien-nul achter, dus moet je extra je best doen om op te vallen tussen de grote uitgeverijen. Ik heb de afgelopen tijd zes uur per nacht geslapen en voor de rest alleen maar gewerkt.” Dat moet je dus niet doen als je gezin of hobby’s tijd nodig hebben of als je liever van 9 tot 5 werkt. “Dat is geen probleem, maar ga dan niet zelf uitgeven.”

Ketendominantie
De volgende spreker besteedt ook veel tijd aan de promotie van haar boeken. Thrillerauteur Isa Maron is geen ‘selfpubber’, zegt ze. “Maar ik probeer in mijn auteurschap wel zo onafhankelijk mogelijk te zijn.” Dat klinkt helemaal strijdbaar als ze het woord ‘ketendominantie’ in de mond neemt. “Ja, sorry, ik heb bedrijfseconomie gestudeerd.” De boekenketen wordt volgens Maron gedomineerd door de boekhandelaren en daarna de uitgevers. “Wij hebben er als auteurs bijna geen enkele positie in.” Ze bestrijdt dat met vier andere vrouwelijke thriller-auteurs in het collectief Moordwijven. Vooral in ‘communicatie naar de markt toe’ bundelen ze hun krachten. Ze delen elkaars sociale media berichten en organiseren evenementen, zoals een avondje speeddaten met thrillerauteurs. “Kijk of je je kunt verenigen”, tipt ze de zaal. “Trek samen op en pak iets van die ketendominatie terug!”

Mariët Meester publiceerde dit jaar Pingping, haar eerste zelf uitgegeven roman, net tien dagen op de markt. Ze besloot ertoe na ergernissen bij gevestigde uitgeverijen die haar andere titels opdrongen, een verkeerde boekencode noteerden of haar boekpresentatie lieten organiseren door een medewerker op zijn laatste werkdag. Meesters ambitie is minder hoog dan die van Krake, qua boekaantallen dan. Van Pingping maakte ze expres ‘slechts’ duizend exemplaren, maar de ambitie in kwaliteit is daarom juist hoog. Dat is belangrijk bij zelf uitgeven, denkt Meester. Pingping heeft daarom niet alleen ‘eindelijk eens een mooie hardcover’, maar ook een stoffen omslag en een leeslint. Haar man deed de opmaak – per pagina – en Meester kleurt in de binnenkant van elk boek een vogeltje met de hand in. Dat is veel meer werkt dat ze dacht, maar mensen plaatsen er nu wel foto’s van op sociale media.

YouTube-strips
Zelf uitgeven brengt vooral vrijheid, vertelt kinderboekenschrijfster Nanda Roep. Ze begon er tien jaar geleden mee, als één van de eerste in Nederland. Tot dan toe mocht ze van haar uitgeverijen wel zelf genres en leeftijden kiezen, maar een bijbehorende cd met kinderliedjes kreeg ze niet in de boekwinkel. Dus deed ze het zelf. Ze runt inmiddels al tien jaar ‘in een redelijke staat van paniek’ haar eigen uitgeverij én platenmaatschappij. Daarbij lapt ze de onzichtbare grenzen tussen verschillende media voortdurend aan haar laars. Haar laatste boek heeft een eigen web-omgeving, met workshops en allerlei creatieve downloads. Het werd helemaal multimediaal toen ze eens over de schouder van haar zoontje mee keek naar een YouTube-ster. Zijn filmpjes kon ze misschien wel omzetten in strips! Eind 2018 presenteerden Roep en de Dutchtuber het stripboek, met per pagina steeds het verhaal van een 10 tot 15 minuten durend filmpje. Weer verkeerde Roep toen even in paniek. “Er waren niet honderd, maar duizend mensen op e presentatie afgekomen.”

De laatste zelfuitgever is Michaël Reefs, van de succesvolle twaalfdelige serie De Bieb-bende. Reefs komt als kinderboekenschrijver van ver. Vroeger las hij zelf niet, maar beleefde hij avonturen buiten en in virtuele games. Heel langzaam ontdekte hij de lol van kinderboeken schrijven, en helaas ook zijn gebrekkige match met uitgevers. Toen hij in 2014 begon met zelf uitgeven ging ook dat met horten en stoten. Hij leurde jarenlang tevergeefs bij boekwinkels, tot hij van een kleine boekhandelaar een gouden tip kreeg. “Ze zei heel eerlijk dat ze zelf niet enthousiast was, maar dat het boek het wel goed deed bij kinderen die niet van lezen houden.” Met dát verhaal ging hij langs op scholen en kwam hij uiteindelijk terecht bij ‘een van de nieuwste en mooiste boekverkopers in Nederland’: Billy Bones, gericht op kinderen die niet van lezen houden. “Een match made in heaven!” Reefs gaat nog altijd langs op scholen en bedenkt speurtochten en zelfs escaperooms om kinderen in de wereld van zijn boek te trekken. Hij wil absoluut zelf blijven uitgeven.

Hard werken
Na de pauze gaan de sprekers langs alle tafels, waar bezoekers om advies kunnen vragen. Er klinken veel tips, maar lang niet altijd om te beginnen met zelf uitgeven. “Ik ben een oude kerel en ik moet er niet aan denken dat ik met een stapel boeken onder de arm op stap ga”, zegt een bezoeker. “Dan moet je het ook niet doen”, reageert Reefs. “Ook al word je er wel echt beter in.” Nanda Roep vertelt over haar afspraken met de YouTuber, waar ze het modelcontract van de Auteursbond voor gebruikt. Begrijpt ze de uitgevers nu beter? “Ja, ik dacht dat uitgevers binnenliepen”, lacht ze. “Maar ik denk nu dat iedereen er gewoon hard voor moet werken.”